mobiliteitsbeleidMet buitengewone interesse las ik de berichtgeving over de publicatie van het rapport ‘Kansrijk Mobiliteitsbeleid’ van het CPB.  In het rapport adviseert het CPB het kabinet over het mobiliteitsbeleid en de effectiviteit van investeringen. De kosten van de aanpak van weg en spoor nemen toe, terwijl de effectiviteit van maatregelen door maatschappelijke en economische ontwikkelingen afneemt.

De situatie bij Den Haag sinds de openstelling van de A4 Delft Schiedam is wat dat betreft een mooi en actueel voorbeeld uit de praktijk. Leg meer asfalt aan en de file verplaatst zich naar het volgende knelpunt. De oplossing: meer asfalt. In het geval van de A4 Delft-Schiedam gaat de minister aan de noordkant van de nieuwe A4 aan de slag met de A4 passage van Den Haag. Aan de zuidkant heeft de minister net het tracébesluit genomen voor de Blankenburgverbinding. 

Het mag duidelijk zijn dat de grenzen van capaciteitsuitbreiding langzaam in zicht komen en dat er wezenlijk andere keuzes gemaakt moeten worden. Dit ziet het CPB ook. Als mogelijke oplossingen worden aangegeven:

  • Kilometerbeprijzing/congestieheffing
  • Investeren in voorzieningen voor voor/natransport bij knooppunten
  • Een betere ruimtelijke ordening
  • Verduurzaming van het transportsysteem

Bewust verplaatsen
Het spreekt voor zich dat deze oplossingsrichtingen ook hoog op mijn lijst van oplossingen terug te vinden zijn. We moeten met zijn allen naar een veel bewuster vervoerpatroon. Het wordt de auto te gemakkelijk gemaakt, waardoor bewuste mobiliteitskeuzes uitblijven.

Ik ben niet tegen autorijden. In tegendeel. Ik bezit zelf een auto en ik maak er ook gebruik van. Als ik de auto gebruik dan is dat in elk geval het resultaat van een bewuste afweging. Is het nodig? Kan ik de verplaatsing ook niet met de fiets, het ov of (voor een hardloper als ik) te voet maken?

Het resultaat is in elk geval dat het autogebruik te hoog is door een teveel aan gemak en onbewust verplaatsingsgedrag. Als de genoemde oplossingsrichtingen in elk geval leiden tot een bewuster verplaatsingsgedrag en een drempelverlaging voor alternatieven, dan ondersteun ik de visie van het CPB van harte.

Ruimtelijke ordening en maatschappij
Het gaat in mijn ogen echter verder dan dat. Het is dan ook terecht dat het CPB de ruimtelijke ordening als oplossingsrichting noemt. De afstanden tussen dagelijkse herkomst en bestemming moet omlaag, zodat alternatieven ook aantrekkelijke alternatieven worden. Dit vereist echter ook een visie op woningbouw en de ontwikkeling van werklocaties. Daarnaast moeten werknemers ook op een eenvoudiger manier dan nu kunnen verhuizen. De woningmarkt komt mondjesmaat los, echter nog lang niet overal. Veel mensen hebben nu niet de mogelijkheid om de verhuizen door pech met restschuld of een starre houding van de banken bij de verstrekking van een nieuwe hypotheek. Ook dat speelt mee bij de ontwikkeling van de mobiliteit op de korte en langere termijn. Net als bij de flexibilisering van de arbeidsmarkt moeten we in de woningmarkt toe naar meer flexibiliteit, zodat werknemers eenvoudiger met hun carrière kunnen meeverhuizen.